De burger doet het schip zinken
27-JUL-06
In zijn opiniestuk 'Het schip zinkt' (De Tijd 27/07) vraagt gerechtelijk expert Piet Cleemput zich af of er nog moedige politici zijn. Cleemput tekent een geslaagde karikatuur van de nv België. Hij hekelt de schertspolitici die ons land ten gronde richten en pleit voor echte staatsmannen die hun nek uitsteken om het politiek onhaalbare om te buigen. Maar wordt het geen tijd om eerder dan steeds het orkest aan te vallen, nu ook eens de componisten op hun verantwoordelijkheden te wijzen. We hebben moedige politici nodig, jazeker, maar nog veel meer hebben we nood aan moedige burgers.
Al wie actief is bij een sportvereniging kent het fenomeen. Of het nu over voetbal, tennis of hockey gaat, wanneer iets niet functioneert, is het meestal de schuld van de Bond. De Bond is bureaucratisch, de Bond is traag, de Bond is niet flexibel. De Bond is ook niet meer mee met de tijd. Kortom de Bond deugt voor niets ... En wie zetelt in de Bond? Juist, de vertegenwoordigers van de sportverenigingen. Dus wie is de Bond? Wij zijn de Bond. Maar het blijft altijd makkelijker om te roepen dat er veranderingen moeten komen bij de Bond, eerder dan het falen in eigen rangen te zoeken.
Moedige politici kunnen enkel opstaan wanneer ze duidelijke signalen krijgen van moedige burgers. Maar bestaan er -op Afrika en Italië na- landen waar de signalen die van binnenuit komen dubbelzinniger zijn dan bij ons? Vlamingen willen niet meer verder met de Walen, maar als de Koning sterft lopen ze naar Laken om te laten weten dat niemand nog maar moet denken om ooit een vinger naar het Koningshuis uit te steken. Wat moet een (moedige) politicus dan? Wat moet een moedige politicus wanneer de kiezer hem zegt dat hij hooguit bereid is de migrant te tolereren, maar nooit hem te accepteren. (In dat verband vergt het moedige burgers om al wie zich sinds de aankomst van de eerste gastarbeiders in ons land met het migratiebeleid heeft beziggehouden wegens schuldig verzuim voor het Hof van Assisen te brengen). Wat doet de moedige politicus wanneer de kiezer smeekt om meer blauw op straat, maar diezelfde kiezer moord en brand schreeuwt wanneer zijn foutgeparkeerde auto door datzelfde blauw wordt weggesleept?
Het vormen van moedige burgers vergt een gigantische mentaliteitsverandering. Consequente burgers respecteren wetten, eerder dan ze te overtreden. Ze begrijpen dat ze enkel iets van de maatschappij kunnen terugkrijgen, als ze diezelfde maatschappij eerst iets geven. Ze begrijpen dat een democratie enkel en alleen functioneert op vooraf vastgelegde regels.
We hebben burgers nodig die begrijpen dat wetten enkel nut hebben als ze worden nageleefd. Geen burgers die 's nachts 180 km/uur rijden op de snelwegen omdat niemand ze dan ziet. Geen burgers die hun sigarettenpeuken uitkieperen op de straat maar op verkiezingsdag gaan stemmen voor de partij die belooft een einde te maken aan het sluikstorten. Geen burgers met een illegale Poolse werkvrouw, die op verkiezingsdag gretig stemmen voor de ridders van de blanke duisternis. Geen burgers die pleiten voor nultolerantie, maar tegelijkertijd eisen dat de wetten in hun voordeel worden omgebogen. (Probeer de Lierse-aanhang maar eens duidelijk te maken dat hun club sowieso naar tweede klasse moet.) Geen burgers die nog wel hard willen werken, maar dan liefst buiten hun werkuren, in het weekeinde en voor eigen rekening.
Pas wanneer die burgers zullen opstaan, pas dan zullen we verlost worden van de schertspolitici waar Piet Cleemput het in zijn stukje over heeft. In de laatste opiniepeiling van De Standaard en de VRT (juni 2006) klimt de al lange tijd niet meer op het nationale vlak actieve ex-premier en 'modelpoliticus' Jean-Luc Dehaene van de derde naar de tweede plaats in de lijst van de meest populaire politici. Blijkbaar heeft de burger heimwee naar vroeger, toen alles beter was. Niet voor niets was de bijnaam van deze CD&V-coryfee 'de loodgieter' en was zijn favoriete uitspraak: 'we lossen de problemen wel op als ze zich stellen'. In deze context kan die zin gelden als ongeveer de domste uitspraak van de twintigste eeuw.
[Deze bijdrage verscheen ook in De Tijd van 27/07]
Auteur: Dominique Dewitte